In dit document wordt bekeken of - en zo ja hoe - het Open Source gedachtengoed van toegevoegde waarde kan zijn voor een organisatie. Gezien de ontwikkelingen van de laatste tijd in onder andere de politiek (gemeenten en andere overheidsinstellingen, zowel nationaal als internationaal) lijkt het erop dat gebruik van Open Source Software (OSS) en Open Standaarden gemeengoed aan het worden is en dat deze standaarden algemeen geaccepteerd worden.
Na een korte beschrijving van het ontstaan van de Open Source Community wordt gekeken wat het Open Source gedachtengoed in grove lijnen inhoud. Via een aantal voorbeeld cases wordt inzicht verkregen in de beweegredenen van een aantal partijen om de overstap naar OSS te maken en zou het antwoord op de vraag ‘Hoe of waarom zou gebruik van Open Source Software voordelig kunnen zijn?’ bekend moeten worden.
Antwoord geven op de volgende vragen:
De Open Source Software Community vindt zijn oorsprong in 1984. In dat jaar begon Richard Stallman, een getalenteerde programmeur, met het schrijven van diverse applicaties met als doel een alternatieve Unix omgeving ontwikkelen, genaamd GNU. Hij stelde deze applicaties gratis beschikbaar, compleet met broncode, voor een ieder die ze wilde gebruiken. De enige voorwaarde die hij stelde was dat aanpassingen weer op dezelfde wijze beschikbaar gesteld zou worden. In 1985 richtte Richard Stallman de Free Software Foundation op, die zich toeweidt aan de productie en promotie van vrije software.
In 1991 geraakte de Open Source Software Community in een stroomversnelling toen de Finse student Linus Torvalds een Unix achtige kernel (FreaX - een combinatie van de woorden “free”, “freak” en de letter “X” om aan te geven dat het om een Unix achtig systeem ging) beschikbaar stelde voor standaard PC’s. Tot die tijd was Unix alleen beschikbaar voor exotische (lees dure) hardware. Tesamen met de Open Source applicaties van onder andere Stallman vormde deze kernel de basis voor een unix achtig besturingssyteem voor standaard PC’s. Deze kernel is in 1992 omgedoopt tot ‘Linux’ ofwel GNU/Linux.
De jaren 90 kenmerken zich in de IT wereld als de jaren waarin OSS gemeengoed werd. Dit is mede te danken aan de hype rond het Internet, waardoor OSS voor een steeds groter publiek toegankelijk werd. Linux bijvoorbeeld was voor iedereen gratis te downloaden en te gebruiken. Het maakte tevens (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de MicroSoft producten toendertijd) standaard gebruik van internet protocollen (TCP/IP) en diensten (Web/Ftp/E-Mail/Nieuwsgroepen). Een ander OSS product dat dankzij het internet groot is geworden is de ‘Apache Webserver’. Ook Apache was gratis te downloaden en te gebruiken en van een dusdanige kwaliteit dat veel bedrijven het tot standaard webserver verkozen.
Maar ook toen de Internet hype voorbij was, floreerde OSS. Linux werd steeds vaker gebruikt bij steeds grotere bedrijven en ook steeds meer bedrijven ondersteunden OSS. Je kunt tegenwoordig voor OSS support contracten afsluiten bij een bedrijf en je bent niet meer afhankelijk van ‘de werkeloze student met teveel vrije tijd’ - Een beeld dat lang verbonden was met OSS.
De stand van zaken
Diverse partijen stellen tegenwoordig een verzameling applicaties en de GNU/Linux kernel als een werkend geheel beschikbaar in de vorm van een distributie, al dan niet met de mogelijkheid tot support. De bekendere distributies zijn RedHat, SuSe, Debian en Gentoo. De verschillen tussen deze distributies zijn over het algemeen minimaal. Het grootste verschil zit hem over het algemeen in de vorm waarin support verkregen wordt: Bij de ene distributie wordt de support geboden door een bedrijf (RedHat of in geval van SuSe: Novell), bij de andere levert de community de gevraagde support.
De keuze voor een distributie wordt veelal door bedrijven gebaseerd op ‘naamsbekendheid’ en de mogelijkheid om ‘support’ te kunnen kopen. Dit in schril contrast met de gemiddelde gebruikersoverweging... De meeste gebruikers zijn op zoek naar een distributie die enerzijds gebruikersvriendelijk is (goede hardware ondersteuning is een veelgehoord argument) en anderzijds ook de keuze vrijlaat voor de te installeren applicaties.
Behalve distributies is het aanbod en het gebruik van OSS applicaties sterk toegenomen. Veel bedrijven kunnen niet meer zonder OSS applicaties als de Apache webserver, MySQL databases, Sendmail mailservers en de GNU C Compiler(gcc). Een van de meest belangrijke diensten op het internet ‘DNS’ (verbinden van een naam aan een IP adres) wordt in de meeste gevallen afgehandeld door de OSS applicatie Bind.
Ondanks het feit dat OSS over het algemeen gratis is, zijn veel (vaak grote) bedrijven bang dat de kwaliteit van deze applicaties, juist omdat deze gratis zijn, onder de maat is. Dat deze angst ongegrond is, bewijst bijvoorbeeld de Open Source webserver Apache of de Open Source database MySQL: de ‘installed base’ van deze applicaties is vele malen groter dan die van bijvoorbeeld de MicroSoft IIS webserver (Apache is geinstalleerd op zo’n 60% van de webservers die gekoppeld zijn aan het internet).
Een van de eerste zaken die bedrijven aantrekt tot OSS is kostenbesparing: “De software is gratis.” Maar niet alle OSS is gratis: “Er zijn ook partijen die een kleine bijdrage vragen voor de ontwikkelkosten en toch de broncode van de applicatie leveren op verzoek.” Het feit dat OSS over het algemeen gratis is, is voor veel (vaak grote) bedrijven ook een nadeel van OSS omdat men bang is dat de kwaliteit van de applicatie, omdat deze gratis is, onder de maat is.
Dat de angst voor belabberde kwaliteit van OSS ongegrond is bewijst bijvoorbeeld de Open Source webserver Apache of de Open Source database MySQL: de ‘installed base’ van deze applicaties is vele malen groter dan die van bijvoorbeeld de MicroSoft IIS webserver (Apache is geinstalleerd op zo’n 60% van de webservers die gekoppeld zijn aan het internet).
OSS gebruiken voor het inrichten van servers levert een flinke kostenbesparing op. Er kan gebruik gemaakt worden van standaard hardware (+/- 4000euro) in plaats van dure ‘proprietary hardware’ (bijvoorbeeld SUN Enterprise servers a +/- 20.000euro (of meer)): Een kostenbesparing op hardware van al gauw 16.000(!) euro per server en dat voor alleen de hardware.
Waarom is dan nog niet iedereen overgestapt op OSS bij het zien van deze getallen ?
Naast de angst met betrekking tot de kwaliteit van de software is “gebrek aan support” ook een veelgenoemd argument tegen OSS. OSS zou worden ontwikkeld door “contact gestoorde studenten in de tijd dat ze eigenlijk college zouden moeten volgen”. Uit onderzoek is gebleken dat zo’n 58% van de OSS wordt ontwikkeld door doorgewinterde ontwikkelaars en/of beheerders die er hun werk van hebben gemaakt om OSS te ontwikkelen, al dan niet voor een werkgever (zo’n 30%).
Bugs in OSS worden vaak binnen een paar uur door de community ‘gefixed’. Er worden dan door de community patches gepost en deze worden in een volgende release van de applicatie opgenomen.
OSS applicaties zijn vaak van zeer goede kwaliteit. Er kan van te voren worden opgemaakt of een release bruikbaar is of niet. De applicaties worden op dusdanig veel verschillende soorten hardware en besturingssytemen uitgerold, dat problemen met bepaalde configuraties over het algemeen in een vroeg stadium worden opgelost en workarounds gedocumenteerd worden in ‘release notes’ of via support fora/mailing lists worden gedeeld.
Het is voor OSS in geval van problemen gebruikelijk om mailing list archieven, support fora en online documentatie (vaak FAQ‘s) door te spitten voordat je vragen stelt. Dat levert in de meeste gevallen een oplossing voor het probleem op. Ook zijn veel OSS projecten (24×7) bereikbaar via IRC chat en daar zijn vaak gebruikers en ontwikkelaars te vinden die bereid zijn te ondersteunen bij het oplossen van de problemen.
That’s because they are all hungry to learn. Ninety-two percent said that was their primary motivation for working in open source, according to BCG—and to write code that gets respect. In this way, the open-source community resembles the scientific research community. You rise or fall based on the quality of your contributions, and you can see everything that has already been done. “You can stand on the shoulders of others” and let their work inform your own, says Jeremy Allison, who leads development for Samba, the open-source file and print server for Windows.
Myth 8: A Company Doing Open Source Gives Up Ownership of Its Source Code and Patents Your company still owns any source code that it releases under an open-source license because your company still owns the copyright. The open-source license grants others the right to examine and use the source code, but it does not affect your company’s ownership of the code. As the copyright owner, your company can release the source code under another license or use it in a proprietary product. Only if the source code were distributed containing an explicit disclaimer of copyright protection by your company would the software pass to the public domain and thereby no longer be owned by your company.6 However, source code contributed back to your company by outside developers is owned by the author, who holds the copyright for it. Under some licenses, such as the Sun Community Source License (SCSL), your company would be able to use the contributed code without restrictions. Under an open source license, such as GPL or the Mozilla Public License (MPL), your company would be bound by the terms of the license just like any other developer. Similarly, your company still owns the patents embodied in any source released under an open-source license, but if your company does not explicitly talk about the uses to which any such patents may be put, others might be free to use those patents.
http://www.cio.com/archive/031503/opensource.html
http://nl.wikipedia.org/wiki/Open_source_software
http://slashdot.org/articles/06/10/24/0232234.shtml
http://www.networkworld.com/research/2006/050106-ilabs-opensource.html
http://www.osdl.org/newsroom/studies/EMA
Open Source Software LAB van de gemeente Amsterdam voor het Cyburg project. Dit is overgegaan in ‘Livre‘.
Open Aanbod Software Expertise, OASE